In een draagzak telt je eigen warmte als een laag, dus de app kleedt een gedragen baby één laag lichter aan dan een baby in de kinderwagen, en legt bij kou een deken of je eigen jas over de draagzak in plaats van een dikke jas om de baby.
Wat de app voorstelt in een draagzak, van de huid naar buiten, voor een baby van 6–12 maanden:
20°C: rompertje met korte mouwen, broek en sokken. Warm — lichte enkele lagen. 16–19°C: rompertje met lange mouwen, broek en sokken. Mild — voeg een lichte middenlaag toe. Dicht gedragen telt jouw warmte mee — één laag minder. 15°C: rompertje met lange mouwen, broek, sokken en lichte trui. Mild — voeg een lichte middenlaag toe. 13–14°C: rompertje met lange mouwen, broek, sokken, lichte trui en warme muts. Mild — voeg een lichte middenlaag toe. 12°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, sokken, lichte trui en warme muts. Koel — een middenlaag plus een muts. 11°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, lichte trui en warme muts. Koel — een middenlaag plus een muts. 7–10°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui en warme muts. Koel — een middenlaag plus een muts. 6°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts en deken over de draagzak. Koud — volledige buitenlaag en een muts. Dicht gedragen — een deken over de draagzak is beter dan een dikke jas. 1–5°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts, wantjes en deken over de draagzak. Koud — volledige buitenlaag en een muts. Dicht gedragen — een deken over de draagzak is beter dan een dikke jas. −15 – 0°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts, warme wantjes en deken over de draagzak. Vriezend — alles aan, bedek de handjes. Dicht gedragen — een deken over de draagzak is beter dan een dikke jas.
Dicht tegen je aan deelt je baby je lichaamswarmte. Een skipak in een draagzak eindigt meestal met een warme, bezwete baby tegen de tijd dat je binnen bent.
Op een droge dag onder 14°C legt de app een deken over de draagzak in plaats van de jas. Muts en wantjes blijven aan, want hoofd, handen en voeten steken uit.
Voel aan het nekje als je een tijdje gelopen hebt: warm maar niet bezweet is precies goed.
0–3 maanden, 5°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts, wantjes en deken over de draagzak. 3–6 maanden, 5°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts, wantjes en deken over de draagzak. 6–12 maanden, 5°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts, wantjes en deken over de draagzak. 1–3 jaar, 5°C: rompertje met lange mouwen, warme broek, warme sokken, warme trui, warme muts en deken over de draagzak.
Binnen, of in een warme auto, bus of trein, gaan de muts en de buitenste lagen uit.
Voel in de nek — warm maar niet bezweet betekent precies goed.